Onlangs vierde Henk zijn 10-jarig jubileum als vrijwilliger bij de Stadswerkplaats. Hij begon vlak na zijn pensioen en is nooit meer weggegaan. “Geld uitgeven,” is zijn antwoord op de vraag
wat zijn belangrijkste taak is. In een bedrijf zou hij ‘inkoper’ genoemd worden, bij de Stadswerkplaats zorgt hij ervoor dat machines onderhouden worden, dat er voldoende materialen aanwezig zijn voor de cursussen en bezoekers aan de werkplaats. En dat apparatuur vervangen, aangevuld of gerepareerd wordt. Hij is ook degene die over de sleutels en sloten gaat. Maar hij is ook van de houtwerkplaats: hij begeleidt bezoekers die met een houtvraag komen, en helpt mensen met hun klusjes. “Het leukst vind ik het sociale aspect met medevrijwilligers en klanten. Mensen helpen om van alles te maken: nestkasten en egelkasten, een raampje repareren of zelfs nieuw maken, een verrotte tuindeur helemaal vervangen.”
Met hout en timmeren is hij opgegroeid. Als kind timmerde hij al nestkastjes en ging hij mee op karwei met zijn vader. Op de technische school leerde hij de basis van houtbewerken en als
bouwkundig tekenaar bij aannemers en bouwbedrijven de theoretische toepassingen. Maar de echte praktijk lag hem beter. Als coördinator gaf hij mede vorm aan een nieuw op te zetten dagactiviteitencentrum voor mensen met psychiatrische problemen. Met een fietsenwerkplaats, zeefdruk- en offsettdrukkerij en uiteraard een houtwerkplaats werd er voor verschillende opdrachtgevers
gewerkt.
In zijn huis heeft hij ook het nodige geklust, het huis van voor 1900 is in de loop der jaren helemaal vernieuwd, nu beperkt hij zich tot een hok en ren voor de drie kipjes – Wiandotters. Of een eierrekje. Vogels spot hij ook graag buiten zijn tuin, bijvoorbeeld tijdens het wandelen en reizen met caravan, camper en trein dat hij en zijn vrouw veel gedaan hebben. En als hij thuis is, mag
hij graag lezen – de Nederlandse klassiekers zoals Maarten ’t Hart, Wolkers, Hermans en Gerard Reve vervelen hem nooit.
